FEM Business, 21.06.2008, S. 17
Tot aan 1995 was Europa goed bezig om het economische gat met de VS te dichten. Sindsdien is het verschil echter weer toegenomen, betoogde Gilles Saint-Paul, een vermaarde Franse econoom onlangs tijdens de zevende jaarlijkse economenconferentie van de CESifo groep, een prominent economisch onderzoeksnetwerk en denktank uit München en de BMW Stiftung Herbert Quandt.
Europa maakt zich daarom zorgen. De bevolking vergrijst. Dat komt de economische groei niet ten goede, tenzij de arbeidsproductiviteit van die almaar kleinere groep werkende Europeanen fors toeneemt. Daarvoor is een goed opgeleide beroepsbevolking een must. Immigratie kan daarin een belangrijke rol spelen. “Immigratie verhoogt de economische groei als daardoor het aandeel van hoogopgeleiden in de bevolking toeneemt”, aldus Tito Boeri, hoogleraar economie aan de Italiaanse Bocconi universiteit en een expert op het gebied van migratievraagstukken. Maar trekt Europa wel de juiste immigranten aan?
Voor sommige Europese landen is het beeld niet slecht. Bijna de helft van alle immigranten tussen de 25 en 64 jaar in Ierland, heeft een universitair of hbo-diploma op zak, blijkt uit het International Migration Outlook 2007 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso). Ook Denemarken, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk trekken relatief veel hoogopgeleide immigranten aan. Italië, Duitsland en Frankrijk “trekken hoofdzakelijk laagopgeleide immigranten aan”, concludeert Hans-Werner Sinn, president van het Ifo-instituut. Frankrijk scoort nog het beste van de drie landen, met elke vijfde immigrant die hoogopgeleid is. In Nederland is 24,2 procent hoogopgeleid te noemen.
Behalve de zorg of Europa aantrekkelijk is voor hoogopgeleiden uit andere werelddelen, ziet Saint-Paul nog een probleem opdoemen. “Een bron van zorg in Europa is dat het ook zijn eigen talent verliest aan de VS. Veel Europese politici en mensen uit het bedrijfsleven klagen dat ze door hoge belastingen en stevige regulering op de arbeidsmarkt niet in staat zijn de beste mensen aan te trekken of te houden.” Sinn herkent dat: “Duitsland is geen immigratieland meer. Vorig jaar was het saldo 50.000 negatief. Voor het grote deel zijn het Duitsers tussen de 20 en 40 jaar oud die emigreren”, zegt hij bezorgd. Dat is schadelijk voor de Europese economieën “omdat die mensen cruciaal zijn voor innovatie, ondernemerschap en management”, aldus Saint-Paul. Hoe groot is de economische schade? Hoewel hij er op basis van onderzoek geen getal aan kan vastplakken, staat het voor hem wel vast dat het “dramatische consequenties kan hebben voor economische groei in Europa”.
De EU probeert zich aantrekkelijker in de etalage te zetten. Al jaren wordt er gesproken over een blue card om talentvolle immigranten aan te trekken. Maar als dat al van de grond komt, hoeven we er geen wonderen van te verwachten, meent Boeri. “Het aandeel van hoogopgeleide immigranten verhogen in Europa vereist veel meer dan alleen het wijzigen van het migratiebeleid. Ook de inrichting van de arbeidsmarkt speelt een belangrijke rol.” Boeri gaat er goed voor zitten voordat hij de aanval inzet op een specifiek punt: de collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s). “Landen met gecentraliseerde loononderhandelingen hebben veelal een zogeheten gecompenseerde loonstructuur, wat hun arbeidsmarkten onaantrekkelijk maakt voor hoogopgeleiden uit andere landen.”
Dat Europa de strijd om internationaal talent lijkt te verliezen en bovendien zelfs eigen hoogopgeleiden niet altijd weet vast te houden is geen goede ontwikkeling voor het Europese streven uit 2000 om binnen tien jaar de meest dynamische economie ter wereld te zijn. Saint-Paul: “Dat is niets meer dan wishful thinking.”
Please send your comments or questions on specific articles to: presse@ifo.de. Please mention in your e-mail the article you are concerned with.
Phone: +49(0)89/9224-1604 Fax: +49(0)89/9224-1267
2012 2011 | 2010 | 2009 2008 | 2007 | 2006 2005 | 2004 | 2003 2002 | 2001 | 2000
Press Echo
Comments on current economic policy issues in Policy Debate: