Main Content

"De duitse lonen moeten omlaag"

Press echo, FEM Business, 26 Nov 2005, pp 33-34

De dagen von het Duitse wirtschaftswunder liggen, zo fijkt het, eeuwen achter ans. Wat is het probleem van Duitsland?

"We hebben te maken met een concurrentie probleem van Duitse werknemers. Die zijn duur, na de Noren zelfs de duurste arbeidskrachten ter wereld. En nu hebben ze te maken met concurrentie van werknemers uit Oost-Europa die voor eenachtste van Duitse lonen werken. Dit enorme verschil in lonen maakt bedrijven afwachtend, ze investeren niet genoeg in Duitsland. Wel in het buitenland. Dit jaar zijn de directe investeringen van Duitse bedrijven in voormalige communistische landen hoger dan ooit ervoor. Ook outsourcen Duitse bedrijven hun productie. Dar alles leidt ertoe dat Duitse bedrijven zeer concurrerend blijven, maar Duitse arbeiders niet."

Moet de Duitse werknemer op loon concurreren met werknemers uit lagelonenlanden?

"Ja. lk zeg niet dat onze lonen naar het niveau in die landen moeten dalen. Loon is een product van kwaliteit van arbeid en de prijs ervan. De bittere waarheid is echter dat simpele arbeid door globalisering overbodig is geworden. Dat heeft gevolgen, het kan niet anders. In globalisering is arbeid de verliezer en kapitaal winnaar."

Kwaliteit van arbeid kan door innovatie verbeteren. Is dat voldoende?

"Nee, innovatie alleen is niet voldoende. We innoveren al veel. Duitsland deponeert, op de Verenigde Staten en Japan na, de meeste patenten. Alleen, de vruchten daarvan zien we pas na een jaar of vijftien. En nu hebben we een oplossing nodig voor die tussenperiode. Daarom is naast innovatie een of andere vorm van loonmatiging nodig. Als we acht keer zo duur zijn als Oost-Europa en maar vijf keer zo goed, hebben we een probleem. Innovatie helpt niet zo veel als veel mensen denken. We kunnen bijvoorbeeld bedrijven niet verhinderen kennistechnologie in andere landen in te zetten. Innovatie helpt werkenden alleen als nieuwe technieken in eigen land blijven."

Wat is volgens u dan de uitweg?

"De lonen moeten dalen. Laat Duitsland dat niet toe, dan zal de werkloosheid verder stijgen en zullen de financiële lasten voor de staat toenemen. Nu al is die last te zwaar, Duitsland breekt niet voor niets al jarenlang de Europese begrotingsregels (maximaal 3 procent tekort, red.). Om te voorkomen dat er sociale problemen ontstaan, stel ik voor de welvaartsstaat te veranderen. Nu krijgt iemand een uitkering als hij geen werk heeft. Ik zou een deel van dat geld willen geven aan diegenen die beginnen te werken. Zo'n stelsel zorgt ervoor dat mensen lagere lonen accepteren. Door de toeslag van de staat gaan ze in hun inkomen niet achteruit. De werkloosheid zou veel lager zijn. Dit is in mijn ogen de enige uitweg, waarbij de verzorgingsstaat en Europese sociale standaarden overeind blijven."

Denkt u dat Duitsland in die richting zal veranderen?

"Voorlopig niet. Ik denk dat de coalitieregering niet in staat zal zijn zulke hervormingen te implementeren. De SPD kijkt naar links en is niet bereid verregaande hervormingen door te voeren, zelfs wanneer die de eigen aanhang zouden helpen."

Maar onder de SPD zijn de zogeheten Hartzhervormingen in gang gezet. Is dat dan niets?

"Mensen verliezen hun bijstandsuitkering en krijgen nu het zogenoemde Arbeitslosengeld II. Maar dat is in feite hetzelfde als de bijstandsuitkering voorheen. Dus het probleem is niet opgelost, de kosten zijn nog steeds hoog. Een gezin van vier personen, waar niemand werkt, krijgt 1.550 euro per maand. Dat is een behoorlijk inkomen."

Wat is het grootste obstakel in uw ogen?

"De vakbonden. Die hebben in de afgelopen drie decennia hun monopoliepositie uitgebuit. In de jaren zeventig stegen de lonen met dubbele cijfers. Daardoor ontstond in Duitsland hoge werkloosheid. De vakbonden verdedigen die hoge lonen en daar heb ik begrip voor. Maar Duitsland heeft nu werkgelegenheid nodig, Door het beleid van de vakbonden krijgen de werklozen geen kans een baan te vinden."

Hoe zou u die rol von de vakbonden willen reduceren?

"Nu is de uitkomst van loononderhandelingen bindend voor de hele sector. Dat betekent dat de vakbonden een kartel zijn. Dat systeem van bindend verklaren moet weg. Het moet voor werkenden mogelijk zijn lagere lonen af te spreken met het bedrijf waar ze werken, bijvoorbeeld wanneer een bedrijf aan de rand van de afgrond staat. Daarnaast moet het ontslagrecht worden aangepakt. Hoge mate van bescherming moedigt de vakbonden aan hoge lonen ult te onderhandelen, omdat de negatieve gevolgen hun leden niet raken, maar alleen de werklozen die moeilijk aan een baan kunnen komen."

U zegt dat de lonen te hoog zijn en dat de macht von vakbonden moet worden gereduceerd. U wilt het Amerikaanse systeem in Europa zo lijkt het.

"Nee, dat wil ik niet. Ik wil geen ongelijkheid zoals in de Verenigde Staten, maar ik wil wel het Amerikaanse werkgelegenheidsniveau. Europese voorkeuren zijn volkomen anders dan die in de VS. Ik wil de verzorgingsstaat niet afbreken, ik geloof heilig in een staat die inkomensverdeling corrigeert. De vrijemarkteconomie leidt tot een zeer scheve inkomensverdeling, schever dan Europeanen willen. Daarom wil ik een sterke staat met inkomensherverdeling van rijk naar arm. Maar het geld dat armen krijgen moet niet worden uitbetaald wanneer ze geen werk hebben, maarjuist wanneer ze aan het werk gaan. Ik denk dat dit haalbaar is ondanks de globalisering, als we in Europa de knop omzetten. De staat is nu een concurrent van het bedrijfsleven op de arbeidsmarkt. Die moet juist het bedrijfsleven ondersteunen op die markt."

Sommige economen en politici in Duitsland geven de schuld voor de Duitse problemen aan de euro en de gemeenschappelijke markt in de Europese Unie. Hoe ziet u dat?

"Ik ben geen tegenstander van de euro, ik heb de Europese munt altijd verdedigd. De gemeenschappelijke markt is ook goed voor Duitsland. Maar de kleine landen van de Unie hebben meer profijt van hun lidmaatschap gehad. Duitse ondernemers hadden vroeger altijd een grote thuismarkt en konden daardoor schaalvoordelen behalen. Nu hebben de Oostenrijkse en de Nederlandse bedrijven ook een grote thuismarkt, de Unie. Vroeger konden Duitse bedrijven altijd goedkoper geld lenen dan bedrijven in de rest van Europa. Door de komst van de euro is de kapitaalmarktrente voor iedereen nagenoeg gelijk, dus dat voordeel heeft Duitsland verloren. Maar ik wil benadrukken dat ik een voorstander ben van de euro en van die gemeenschappelijke markt. Als econoom weet ik dat de taart groter wordt. Als een goed Europeaan ben ik daar blij om. De voordelen voor andere landen van de Europese Unie zijn groter dan de potentiële nadelen voor Duitsland."

Met het oog op de hervormingen op de arbeidsmarkten in de EU, wat vindt u an het recentelljk opgerichte globalisation fund?

"Het is een absurd idee. Het geld vloeit naar diegenen die ontslagen worden als hun werkgever verhuist. Dan is dat geld niets anders dan subsidie voor bedrijven om te vertrekken. Het idee dat als je wordt ontslagen de staat voor vervangend inkomen moet zorgen, domineert de Europese arbeidsmarkt."

Wie is Hans Werner Sinn?

Geboren in 1948 te Brake in Westfalen, gehuwd, een dochter en twee zonen.
Studeerde af aan Universiteit van Munster in 1972, promoveerde in 1978 aan de Universiteit van Mannheim.
Politiek Geen lid van een politieke partij. Hij behoort wel tot de nauwe vriendenkring van Edmund Stoiber, De Beierse ministerpresident en voorzitter van de CSU.
Baan President van het CESifo instituut in München, een gezamenlijke instelling van de Ludwig Maximilian universiteit in München en het onderzoeksinstituut Ifo, ook uit München. Meer dan vijfhonderd Europese economen zijn bij het instituut aangeslojen..CESifo, opgericht in 1999, combineert theoretisch wetenschappelijk onderzoek en empirisch onderzoek en is daarmee een unieke instelling in Europa. Het instituut is toonaangevend in het publieke debat in Duitsland en Europa.
Werner Sinn is daarnaast onder meer andere lid van de raad van economisch adviseurs van het Duitse ministerie van economische zaken. In 2004 kreeg hij in Nederland de prestigieuze Tinbergen-prijs.

EDIN MUJAGIC

Ihre Fragen und Kommentare

Haben Sie Fragen, oder möchten Sie uns einen Kommentar zukommen lassen? Dann schreiben Sie uns unter presse@ifo.de. Bitte vermerken Sie in Ihrer E-Mail, auf welchen Artikel Sie sich mit Ihrer Reaktion beziehen!

Pressekontakt

Harald Schultz

ifo Institut
Presse, Redaktion, Konferenzen
Telefon: +49(0)89/9224-1218
Fax: +49(0)89/9224-1267
E-Mail: schultz @ ifo.de
Website


Short URL: www.ifo.de/de/w/3jw7cQpez